Fotografe en NOS Journaal nieuwslezeres Sacha de Boer: onbedwingbaar nieuwsgierig
Van koerier tot journaallezer. Zo is de carrière van Sacha de Boer samen te vatten. Door kritiek op haar Gooise ‘r’ laat ze zich niet van de wijs brengen. Beelden en tijdstippen vastleggen heeft voor haar iets magisch. Vandaar de grote hobby: fotografie.
In het NOS-videocentrum nabij de journaalstudio beent ze met zekere stappen in cowboylaarzen op me af. We zoeken een saai strak spreekkamertje en vergeten iets te drinken mee te nemen. Maar ondanks de dorst wordt het een leuk gesprek. Sacha de Boer weet wat ze wil, maar of ze het ook doet is een tweede. Ze koerierde voor het Amsterdamse AT5, studeerde psychologie en communicatiewetenschappen. Een grote hobby is fotograferen, maar vooralsnog blijft dat niet meer dan een hobby. Hoewel?
Jouw carrière in de journalistiek begon min of meer als nieuwskoerier.
Sacha de Boer: “Ja, videobanden wegbrengen naar de redactie van AT5. Daar werd ik ook geluidsvrouw. Bij Radio 10 Gold mocht ik vervolgens een journaaltje van twee minuten schrijven en voorlezen. Dertig seconden per bericht. Ik moest vier onderwerpen doen en altijd afsluiten met een leuk nieuwtje. Veel van geleerd. Want leg de genocide in Rwanda maar eens in dertig seconden uit. Door Veronica’s Nieuwslijn leerde ik nieuwslezer Rick Nieman kennen, met wie ik inmiddels getrouwd ben. Ik stapte over naar RTL en werd later door het NOS-journaal gevraagd. Waarom ik steeds ‘ja’ zei? Ik ben van nature onbedwingbaar nieuwsgierig, wil nieuws graag doorgeven en heb een groot gevoel voor geschiedenis. Maar ik ben ook een mazzelkont. Met, volgens de vroegere hoofdredacteur van AT5, een goeie kop die zo de buis op kan.”
Hoe leuk is het om nieuwsbulletins voor te lezen?
Sacha de Boer: “Het is wat plechtig. En je zit wel een beetje in een keurslijf, maar het is zeker een vak apart. Met kruisgesprekken, redactievergaderingen en trucjes. Moeilijke namen worden telefonisch gecheckt bij de correspondent. Waar je de klemtoon legt, dat is vooral belangrijk. Ik ben eens gestruikeld over een naam als Megawati Soekarnoputri. Helemaal goed doe je het dus nooit, maar ik streef wel naar perfectie. Ik wil beter en beter worden. Op straat word ik gelukkig niet vaak meteen herkend. Want dat kan soms ronduit vervelend zijn. Zoals een keer in een zuivelwinkel in de buurt. Komt de man aan de andere kant van de balie op me af en zegt: ‘Zeg, het is wel Australië hè, dus niet Ostralië’. Dan denk ik: Man, heb ik soms net Australische kaas bij je besteld of zo.”
Je krijgt nog wel eens kritiek op je Gooise ‘r’. Terecht of niet?
Sacha de Boer: “Als ik moe ben, sluipt die Gooise ‘r’ er wel eens in, ja. Ik probeer dat zo veel mogelijk te voorkomen. Ik ben in Amsterdam geboren, maar heb in Hilversum op de middelbare school gezeten. Vandaar misschien dat accent. Mijn leraar Nederlands vond overigens dat ik voorlas alsof ik een telefoonboek aan het opdreunen was. Die zag mij dus zeker niet als toekomstig journaallezer.”
Je studeerde communicatiewetenschappen, is dat handig voor het Journaal?
Sacha de Boer: “Ik vind van wel. Ik heb er geleerd hoe je onderzoeksrapporten snel kunt lezen. En leren controleren of in die rapporten wel de juiste conclusies worden getrokken. Vaak zijn die te kort door de bocht. Bijvoorbeeld dat de anti-conceptiepil trombose zou veroorzaken. Bij normale pillen in 0,004 procent van de gevallen en bij de lichtere pillen 0,002. Dan praat je nog altijd over een uiterst kleine kans. Dat moet je doorzien, ondanks alle tamtam die over zo’n onderzoek gemaakt wordt. Overigens studeerde ik eerst psychologie. Dat kwam door mijn vader die is huisarts en geriater. En die kon altijd zo mooi over de pyschische problemen van oudere mensen vertellen. Maar toen ik aan die studie begon, vond zowat iedereen het van het grootste belang voortdurend zichzelf te analyseren. Zat ik op college te luisteren en zei een jongen naast me (met grappig stemmetje): ‘Je bent zo gespannen, dat zie ik aan je hand’. Maar ik wist van de prins geen kwaad. En ik begon zelf vriendinnen te analysreren die daar helemaal niet op zaten te wachten. Uiteindelijk besloot ik dat ik niet alleen maar achter een bureau wilde zitten om met mensen te praten praten en problemen op te lossen.”
En eigenlijk was je het liefste fotograaf geworden. Waarom heb je dat niet doorgezet?
Sacha de Boer: “Ik wil het nog steeds, maar dit werk kwam nou eenmaal op mijn pad. Ik wilde al fotograferen vanaf mijn zevende. Op mijn vijftiende besloot ik ermee te wachten tot na mijn studie. Maar het kan natuurlijk nog altijd.”
Wat heb je ermee?
Sacha de Boer: “Ik vond het vroeger al zo magisch om dingen vast te leggen: beelden, tijdstippen, momenten. Ik denk ook heel vaak in foto’s. Laatst stond er een foto in de Volkskrant die ik acht jaar geleden al wilde maken omdat ik hem toen al gezien had. Dat was toen het CDA zo vreselijk verloren had. Langs de A2 stond in een weiland een CDA-verkiezingsbord. Een beetje schuin. De poster was wat omgekruld. Met hele viezige schapen er bij. Die stonden zich zo’n beetje tegen het bord aan te schurken. Zo’n foto met tekst: alleen de schaapjes verschuilen zich nu nog achter het CDA. Die foto had ik willen maken. Maar ik had geen toestel bij me...”
Wat vind je van nieuwsfotografie, spreekt jou dat ook aan?
Sacha de Boer: “Ik denk het niet. De achtergronden interesseren me meer. Dat je een jaar later nog eens naar een plek gaat waar iets vreselijks gebeurde. Hoe gaat het die mensen? Hoe leven ze nu? De foto moet een verhaal vertellen. Ik had ook graag de winnende World Press-foto van dit jaar gemaakt van een overleden kindje dat door zes handen van oude mensen in een lakentje wordt toegedekt. Min of meer werktuigelijk genomen door een Scandinavische fotograaf die later pas besefte hoe mooi die foto was. Het piepjonge leven verwoest en toegedekt in een Afghaans vluchtelingenkamp.”
Je klinkt de hele tijd bevlogen.
Sacha de Boer: “Dat ben ik ook. Ik heb vorig jaar een prijs gewonnen toen ik een fotocursus deed bij Fotogram in Amsterdam. Trots natuurlijk. Je moest een zwart-witfoto maken met licht en donker. Ik heb toen mijn slaapkamertje genomen. Dat is een klein pijpenlaatje met zwarte luxaflex. Als die open staat, dringt er heel fel licht naar binnen. Met mooie schaduwen langs de kanten. Omdat er toen ik die foto maakte geen zon scheen, heb ik midden voor het raam een grote bouwvaklamp gezet, die precies achter die spijlen zat. Die scheen heel symmetrisch aan twee kanten op de muren. Vervolgens heb ik mijn bed zo opgeschud dat die vakjes er precies in zaten en toen ben ik er precies middenin gaan staan. Op de foto komen de streepjes licht naar je toe. Nou ja, je merkt wel, ik kan er nog helemaal lyrisch van worden.”
Leg weg die journaalbulletins. Ga fotograferen!.
Sacha de Boer: “Ho ho. De fotograaf die de cursus gaf zei: ‘Jullie moeten blij zijn dat je dit als hobby kan doen. Want stel je voor dat je dit als opdracht voor je brood doet. Dan móet je opeens’. Die man had heel erg gelijk, vond ik. Je kunt je hobby ook vanuit een luxe positie beoefenen. Op reisvakanties bijvoorbeeld. Dan gaat de camera altijd mee. Maar je brood ermee verdienen, dat is weer wat anders. Waar ik wel een enorme behoefte aan heb, is om dingen vast te leggen voor later. Zoals zo’n Jacob Olie, die in de negentiende eeuw foto’s nam van Amsterdam. Dat zou ik nu ook moeten doen, denk ik vaak. Door de stad lopen en veel foto’s maken. Want over vijftien jaar is alles weer helemaal anders.”